Ik verhuisde naar Groningen voor de liefde. Zonder trompetgeroffel, zonder housewarming en zonder een kamer vol mensen die vonden dat ze iets van ons moesten vinden. We deden het stilletjes en zacht. In ons eigen tempo verhuisden we die paar spullen die ik nog overhad en eindelijk weer een echte plek kregen.
Er was al genoeg gebeurd en er was al genoeg gezegd. Mensen hadden vragen, meningen en soms ook een heel verhaal klaar over hoe snel iets wel of niet zou mogen gaan. Maar sommige dingen worden niet opeens écht waar omdat je ze goed kunt uitleggen. Soms weet je het gewoon, ergens tussen het uitpakken van een doos en wakker worden naast iemand.
Dus begonnen we.
Niet groots, niet plechtig. Gewoon samen. Mijn tandenborstel naast de zijne, mijn kleren in een kast die eerst alleen van hem was, de ene week boodschappen doen voor twee, de andere week voor vier. Langzaam ontdekken dat er meer dan genoeg plek is voor mijn bagage.
Het voelde niet als een nieuw begin met een strik eromheen.
Het voelde als thuiskomen.
Onze eerste crisis diende zich dan ook niet groots aan. Geen dramatische aanleiding, gewoon een vreemd geluid uit het washok. Geen alarm. Gewoon iets waarvan ik dacht: dit klinkt niet zoals een wasmachine hoort te klinken. Hij lag nog te slapen. Ik ging kijken.
Matig plan.
Boven stond ik tot m’n enkels in het water.
Ik probeerde eerst zelf de situatie te redden, maar toen het water uit de machine bleef lopen en de handdoeken op waren, zat er niets anders op dan mijn geliefde wakker te maken.
Voor het eerst niet met een kus.
“Groningen, we’ve got a problem.”
Wasmachine uit. Emmers tevoorschijn. Handdoeken over de vloer. Onze eerste gezamenlijke crisis speelde zich niet af op een vliegveld of tijdens een familiediner, maar in een washok in Groningen, tussen de handdoeken die we toch al een keer wilden wassen.
We overleefden ’m. Dat vonden we een nieuwe wasmachine en een droger waard.
Tijdens de zoektocht kwam ik een spelletje tegen voor 25 procent korting. Ik deed mee, drukte op het verkeerde pijltje en verloor. Toch kreeg ik de korting, in ruil voor m’n mailadres. Mijn spamfilter betaalt daar vanaf nu dagelijks de prijs voor.
Twee zwarte Samsung Bespoke AI-machines. Groot. Nogal aanwezig. En dankzij de AI Control-technologie communiceren ze beter met elkaar dan de meeste stellen die ik ken. Via SmartThings vertellen ze elkaar wat er zojuist is gewassen. Auto Cycle Link. Ze overleggen, stemmen af, gaan aan het werk. Ik doe de was erin. Ik sta erbij met een waszak en voel me net de derde in een open relatie die verrassend goed loopt.
De wasmachine weegt, meet, past aan. Daarna een uitgebreid feedback-wasrapport via de app. Het zou me niets verbazen als ik na de tiende bonte wasbeurt een melding krijg:
“Maureen, we moeten het even hebben over jouw centrifugegedrag.”
De droger herkent stofsoorten. Handig voor kleding waarvan ik zelf ook niet precies weet wat het is. M’n favoriete trui bijvoorbeeld. Ergens tussen katoen en: alsjeblieft, laat deze heel.
Je leert elkaar pas echt kennen wanneer de een met een emmer door het washok loopt en de ander op blote voeten zoekt waar al dat water vandaan komt.
Niet heel romantisch. Wel echt.
Een huis wordt niet vanzelf een thuis zodra de dozen zijn uitgepakt. Dat gebeurt langzaam. Tussen de sleutel die ineens in je broekzak zit, de geur van zijn wasmiddel op jouw trui, en de ochtend waarop je halfslaapdronken het goede lichtknopje weet te vinden.
Er gaat niets boven Groningen. Zeker niet als je er samen een ondergelopen washok weet te overleven.