Maux

Geloofde in haar vorige leven ook al niet in reïncarnatie
Blog

Voor mijn moeder

Lieve mamma,

Ik had haast, er stond file, ik zocht mijn laptoptas, sleutels en ondertussen rekende ik uit of ik nog genoeg geld op mijn rekening had staan voor benzine en sigaretten. Ik kan net zo goed multitasken als jij. Ik liep naar buiten, het regende pijpenstelen en ik vloekte, ik had geen tijd meer om de overbeladen kliko over het grind langs Anne’s fiets te sleuren naar de hoek van de straat. Ik liep terug naar binnen om Anne te vragen of zij het wilde doen. Voordat ik de voordeur opendeed was er een moment van twijfel: kon ik haar dat wel vragen? Ze zou ook al de afwasmachine uit- en inruimen, ze voelde zich al een paar dagen niet lekker, het regende, ze was nog maar net wakker en lag nog in bed. Ik vroeg het toch en ze zou het doen.  Ik voelde me schuldig, waarom had ik er niet eerder aangedacht? In de auto kwam opeens een knisperend, kraakhelder besef: ik ben net zoals jij.

Kerst 1991. Ik ben zeventien en jij werkt fulltime op mijn middelbare school. Je bent net uit de aanvullende bijstand en we hebben al twee keer Kerst gevierd zonder pappa, gelukkig kon je geld lenen van de conciërge voor een boom en de kerstboodschappen. De scherpe randjes zijn iets zachter geworden en we zijn niet meer zo bang als onverwacht de bel of telefoon gaat. Je bent moe, zo moe en je gaat maar door. Je huilt soms, je bent vaak boos en zegt dat we toch wel mee kunnen helpen, maar we vinden dat we al heel veel doen. ‘Maak dan een lijstje met wat we moeten doen!’, schreeuw ik naar je tijdens een van onze ruzies. ‘Ik weet het ook niet, moet ik hier alles beslissen, bedenken en doen!?!’ schreeuw jij terug. ‘Jullie zien het werk niet!’  En dat klopt. We zijn druk met onze jeugdpuistjes, vriendjes, eindexamens en bijbaantjes. Jij bent druk met formulieren, papieren, enveloppen, kasboeken. Je houdt elke avond kantoor aan huis. Elk kwartaal komt de kinderbijslag en terwijl je zelf de eindjes aan elkaar knoopt, krijgen we alle drie een derde deel. Ik werk op zaterdag bij Benetton en moet er elke maand meer geld toeleggen dan dat ik er verdien. Ik denk dat kleren me gelukkiger zullen maken en jij blijft zeggen dat het om de binnenkant gaat. Je zegt dat ik er nog fantastisch zou uitzien in een jutezak, maar ik geloof je niet. Huilend sta ik voor de spiegel en schreeuw dat ik lelijk ben. En dik.

Elke dag zijn we bij je, er is geen moment in je leven dat van jou is. Wij kijken TV, we gaan laat naar bed, we eten als sprinkhanen en we drinken liters Cola. We nemen vrienden en vriendinnen mee. ‘Zijn jullie arm of zo?’, vroeg een klasgenoot toen ze voor het eerst bij ons thuiskwam. ‘Ik vind het hier juist heel VPRO’, zei mijn beste vriendin.

Herfst 2012. Mijn dochter van zeventien staat voor de spiegel en zucht omdat ze zichzelf lelijk vindt. ‘Zelfs een jutezak zou je nog staan’, zeg ik. Ze gelooft me niet. ‘Wat eten we vandaag?’, vragen de kinderen. Ik zucht, ik stond anderhalf uur in de file, ik heb het koud, ik ben moe en ik moet nog boodschappen doen. ‘Wel iets met groenten graag’, zegt de oudste. Ik trek mijn jas uit, schop mijn schoenen uit. ‘Wanneer mag ik nou jouw iPhone?’, vraagt de middelste. ‘Ik wil niet eten, ik wil buitenspelen’, zegt de jongste. Het liefst schreeuw ik dat ze hun mond dicht moeten houden, dat het hier geen hotel is en dat ze eens moesten weten wat ik allemaal wel niet wil. Maar ik zeg het niet. Ik schenk mezelf een glas wijn in, verzamel de kliekjes en rook stiekem een sigaret onder de afzuigkap. Ik verlang naar stilte en rust. Naar niks hoeven en niet na hoeven denken over ouderavonden, schoolgeld, hockeytijden, co-ouderschapregelingen, zwemles, tandarts, BTW en hoe het deze maand nu weer moet met de hypotheek.

‘Het komt altijd goed’, zeg je. En dat is ook zo.

Je bent nu alweer een paar maanden met vervroegd pensioen. Dat wilde je helemaal niet en het past ook niet bij je, thuiszitten. Gek eigenlijk, want zoals je vroeger snakte naar een moment alleen, even niks hoeven zeggen, niks hoeven doen, zo blij ben je nu als we bij je langskomen. En dan ben je er altijd. Altijd. De tijd is nu mamma, hij is er helemaal voor jou. Je hebt hem verdiend.

Ik hou van je.

 

3 Comment

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.