Maux

Geloofde in haar vorige leven ook al niet in reïncarnatie
Blog

Hoe niets meer hetzelfde kan zijn

Toen ik vanuit de auto op de brancard werd geschoven, zei een van de brandweermannen dat ik niet moest schrikken van het ijzeren gevaarte boven me. “Dat is de vangrail”.

Ik wilde weten of de school al was gebeld, of ze mijn sofinummer nodig hadden -want die wist ik wel uit mijn hoofd- en ik zei dat mijn zorgverzekeringspas in mijn portemonnee zat. Waar was mijn telefoon en hadden ze de laptop ook mee? Er kwamen geen antwoorden. Er werd óver me gepraat. “Haar laptop hebben we gevonden, hij lag een paar meter verderop. Ik leg hem hier neer”. “Ze heeft het de hele tijd over haar kind, het moet worden opgehaald van school”. “Hoe is haar bloeddruk nu?” Ik vertelde dat ik net een artikel had geschreven over Acute Zorg en vroeg of ze de 45 minuten norm gingen redden. “Nou, dat is ook toevallig”, zei de trauma-arts toen hij het infuus checkte. Hij knikte. “We gaan”.

Er is een ‘Voor Het Ongeluk’ en er is een ‘Na Het Ongeluk’. Als je me voor het ongeluk had gevraagd wat ik zou doen nadat ik met mijn auto over de kop was gegaan en op de vangrail van de A27 was beland, had ik geantwoord dat ik me er in alle stilte en rust aan over zou hebben gegeven. Ik zou me even nergens meer druk om maken, want als er een moment in mijn leven zou zijn om me legitiem te onttrekken aan het dagelijks bestaan, dan zou dat toch wel het moment zijn. Als ik niet dood zou gaan en er niets aan over zou houden, leek het me dat Voor Het Ongeluk een aantrekkelijke gedachte. Even helemaal niets hoeven met alle begrip van de wereld.

Op weg naar het ziekenhuis was ik als een aanstaande bruid die alles onder controle wilde hebben voor haar grote dag. Ik wilde alles weten, regelen en kunnen plaatsen. Maar boven alles wilde ik dat iedereen om me heen oké was. Van mijn zoontje die op het schoolplein stond te wachten tot de bezorgde arts van de traumahelikopter. Dat had ik ook eigenlijk wel kunnen weten. Want toen ik na mijn laatste bevalling met spoed de OK werd opgereden, bood ik de vrouw die daardoor moest wachten op haar keizersnede nog snel mijn excuses aan.

Op de spoedeisende hulp werd mijn lichaam verdeeld over een neuroloog, chirurg en trauma-arts. Mijn trui en BH werden opengeknipt. De artsen inspecteerden centimeter voor centimeter mijn lijf, elk hun eigen territorium. “Nek is vrij”, zei iemand. Dat deel had ik was blijkbaar weer van mij. Er was een scan, er waren bloed- en urinemonsters, lampjes in mijn ogen en er werd eindeloos gehamerd op mijn reflexen. Er was een verlamd been. En toen was het stil.

Na een tijdje mocht ik naar huis. Het viel mee, nooit eerder heb ik de uitdrukking “een geluk bij een ongeluk” dagelijks aangehoord. Mijn been deed het weer en dat mijn hersens eens goed waren opgeschud, kon vast geen kwaad. Thuis waren er bloemen, kaarten, een bezoek van slachtofferhulp en buren met eten en wijn. De zon was te fel, het geluid te schel en vanaf de bank hoorde ik de buurkinderen lachend onder tuinsproeiers doorrennen.

We gingen op vakantie, twee keer zelfs. Een keer met ex en kinderen naar Spanje. Een keer met z’n tweeën naar Zuid Frankrijk. De blauwe plekken verdwenen onder het bruin van de zon, maar van binnen werd het donkerder. De angst zat in mijn lijf.

Voor Het Ongeluk dacht ik dat er Na Het Ongeluk een Oprah-achtige openbaring zou zijn: “vanaf dat moment wist ik precies wat belangrijk was, wat ik met mijn leven wilde. Ik ging ervoor en nu ben ik zo enorm succesvol”. Mensen werden goeroes na heftige ervaringen. Maar ik niet. Ik wilde weten waarom mij dit was overkomen. Hoe dit had kunnen gebeuren. Ik zocht naar foto’s, nieuwsberichten en tweets over mijn ongeluk. Ik werd mijn eigen ramptoerist. Ik zoomde in op de foto’s bij de nieuwsberichten en staarde naar de omstanders. De meeste mensen waren aan het bellen. Wie hadden ze aan de telefoon en wat vertelden ze? Van de verzekering hoorde ik dat de vrachtwagen uit Roemenië kwam, zou de chauffeur erg geschrokken zijn toen ik opeens voor hem verscheen in mijn Opel Corsa? En waarom heeft hij nooit iets van zich laten horen? Het was niet zijn schuld.

Na de zomer waren er sollicitatiegesprekken. Ik hoorde mezelf praten over strategisch communicatieadvies, over het belang van interne communicatie bij verandering en over managementtools die je in kunt zetten. Ik beet op mijn tong bij elke lastige vraag waar ik het antwoord niet meer op had. Ik had geen antwoord meer op mijn eigen leven, hoe kon ik dan hierop antwoorden? Ik wilde vertellen dat ik drie maanden geleden een auto-ongeluk had gehad, dat ik voorzichtig weer wilde beginnen, dat ik onzeker was. Maar ik vertelde dat ik de kleurentheorie van Leon de Caluwé inspirerend vond om mee te werken. Ik zuchtte in de parkeergarage, huilde op de A10, schreeuwde het uit op de A1 en droogde mijn tranen op de A6, de kinderen waren vast al thuis. De opdracht kreeg ik niet. En alle opdrachten daarna ook niet.

Er is geen waarom. Dingen gebeuren. Ik heb maanden gewacht op een stem die me zou vertellen wat de zin was van mijn ongeluk. Een stem die me zou uitleggen hoe het toch kan dat ik zoveel geluk heb gehad. Waarom er een perfecte combinatie was van seconden en millimeters die me hebben gered van het betonnen viaduct. Waarom er een gulden snede tijd was van tijd en afstand waardoor ik niemand anders in mijn ongeluk heb meegesleurd. Maar het blijft stil. Er is geen stem, er zijn geen antwoorden. Er is alleen mijn eigen geluid dat schreeuwt dat ik nu iets van mijn leven moet maken. Ik heb een tweede kans gekregen, maar wie in mij grijpt deze aan? De vrouw die dacht dat haar leven maakbaar was, zij is er niet meer.

De plastic tas met mijn verknipte kleren staat nog steeds in het hoekje van de slaapkamer. Als een relikwie. Ik weet niet nog steeds niet waar ik ermee heen moet.

 

 

7 Comment

  1. Jeetje, wat een heftig relaas. Je schrijft zo mooi.

    Ik herken er veel in (hier dan geen auto-ongeluk maar wel een ikgingbijnadood-dingetje), ben eigenlijk heel benieuwd hoe het nu met je gaat?

  2. Bij toeval stuit ik op je stuk. Nou ja, toeval, ik blijf maar zoeken naar “zingeving na auto-ongeluk”. Ook ik heb een auto-ongeluk gehad waarbij ik op seconden na gered ben van de dood.

    Zo herkenbaar is jouw versie. Want ook ik wacht op het licht dat mij de ogen doet openen: “waarom heb ik een tweede kans gekregen?” “Moet ik nu iets.. of juist iets anders met mijn leven gaan doen”? Het licht komt nog niet.. De tijd zal het leren. Maar anders is het, dat zeker.

  3. Huh Peter SW
    Alsof je een bijna-dood ervaring moet meemaken?

    Persoonlijk: mooi om jouw verhaal zo open te vertellen.
    Ik lees erin dat je afscheid aan het nemen bent van een deel van jezelf (het deel wat dacht dat alles maakbaar is). Voor mij herkenbaar.
    En ik denk dat als je dat deel los kunt laten er weer ruimte komt.
    En die ruimte komt er vast, als jij er klaar voor bent.

  4. – Het antwoord (op de gevraagde zingeving van het ongeluk) ligt juist in de stilte, die jij maar blijft zien als het uitblijven van het antwoord.
    – Komt allemaal wel goed….

  5. Wonderschoon stuk, Maureen. Jij… en de tekst, bedoel ik natuurlijk. (-;

    Ontroerend ook. Wou dat ik je iets kon zeggen als antwoord op je zoektocht maar liever zou ik gewoon je vragen van je afnemen en je achterlaten in een gedachteloos moment, precies zoals het is. Een moment zonder inmenging van verleden of toekomst… gewoon een beetje voor je uit staren zonder enig verlangen iets toe te voegen of weg te halen van ‘wat-is’.
    Het is allemaal goed, Maureen. Dat weet jij. De antwoorden die je écht nodig hebt, zullen jou vinden, je hoeft er echt niet meer naar te zoeken. Net zo min als naar een nieuwe job of een bestemming voor je relikwie.
    Het komt allemaal vanzelf. Geen seconde te laat of te vroeg.
    Dus geef je nou nog maar een keertje over. Net als die 4 seconden onderste boven.
    Lieve groet, Arold

  6. ….Wat moet ik hier nu van zeggen? Prachtig geschreven! Hoop dat het trauma een “plekje”(yeg; vies woord) kan krijgen. X

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.