Maux

Geloofde in haar vorige leven ook al niet in reïncarnatie
Blog

Troost op Valentijnsdag

Wat geliefden voor elkaar kunnen doen, deden we voor elkaar. Wat scheidende ex-geliefden elkaar aan kunnen doen, doen we elkaar nu aan. Ik heb mijn aantekeningen en de boeken van mijn mediationopleiding erbij gepakt, maar bij de loodgieter lekt het ook altijd thuis. ‘Ik kan niet altijd de Dalai Lama zijn’, zei ik tegen een vriendin die daar heel hard om moest lachen. ‘Alsof je dat anders wél bent’. ‘Je hebt gelijk’, antwoordde ik. ‘Als ik niet wéér in een scheiding lig dan ben ik zijn klankbord’. Dat vond ze nog grappiger, maar ik zelf nog het grappigst.

Zelfs voor Google maps is de route van ‘we blijven hoe dan ook in elkaars leven’ naar ‘heb je nou al een afspraak gemaakt bij de mediator?’ niet meer bij te houden door alle omleidingen, opstoppingen en afgesloten verbindingswegen. Hoe bereik je iemand die niet meer bereikt wil worden? De kandelaar die ik voor haar verjaardag gaf, staat een straat verderop oogverblindend voor haar nieuwe raam.

Waar het eerst vooral fijn was om te wonen in een dorp in de stad, zijn er nu van alle kanten veel meningen waar we zelf niet om hebben gevraagd. ‘Ik kan het nog steeds niet geloven, ik vind het zó erg’, zei een buurvrouw die daar meteen aan toevoegde dat ze geen kant wilde kiezen, maar dat het wel fijn voor me was dat ik zoveel was afgevallen. ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’, antwoordde ik. Die zin is een van mijn oneliners die ik nu op bijna alles kan toepassen en die vooral bruikbaar is als mensen mijn verdriet nog eens (ongetwijfeld onbedoeld) extra benadrukken.
Nog heel even en ik kan niet veel anders meer antwoorden dan ‘als God ergens een deur dichtdoet, gaat er ergens anders een raam open’. Ik hoop van harte dat iemand me waarschuwt zodra ik deze dooddoener erin gooi als alternatief om het verdriet van andere mensen over onze scheiding iets te verzachten.
Mezelf troosten is al een dag- en nachttaak. En voor je het weet blijft er niets meer over dan een subtiele verwijzing naar Edith Eger die ook vaak heeft moeten horen dat ze het niet makkelijk heeft gehad. In Auschwitz.

‘Ik zal maar niet vragen hoe het gaat’, zei mijn eerste man waar ik twee kinderen, een trouwservies en een vriendschap aan over heb gehouden. Van hem kon ik het hebben, deze opmerking als verkapte vraag waarop ik zelf kon beslissen of ik antwoord gaf. Nee, vraag maar niet is dan net zo legitiem als hoezo niet? (Elk nadeel heb z’n voordeel zou in dit geval een heel raar antwoord zijn.) Hij luisterde rustig naar mijn uitgebreide versie waarvan ik vermoed dat hij ook niet anders had verwacht. We maakten een selfie voor de kinderen en kibbelden -zoals altijd- over wie nu aan de beurt was om een mooi liedje op te zetten. Ik huilde veel die avond, maar op het moment dat we ons realiseerden welke dag het was, lachte ik zoals ik in weken al niet meer had gedaan. Een hartverwarmende Valentijnslach.

De weg naar huis was snel en kort. Ik vond meteen een parkeerplek en alsof ik de Dalai Lama (weer) zelf was, liet ik zonder incidenten haar straat met liefde voor het eerst helemaal links liggen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.