Maux

Geloofde in haar vorige leven ook al niet in reïncarnatie
Blog

Zes woorden

Ik haalde Anne op van hockey.

Zes woorden.

Ik haalde Anne op van hockey.

Zes simpele woorden die iets heel gewoons vertellen. Niks spannends aan. Bijna niet het vermelden waard. Een kind. Een moeder. Sportclub. Ja, dus?
Want er zijn natuurlijk veel grotere zaken. Mijn god, wat zijn er veel grotere zaken in de wereld. Een economie die instort. Hongerige banken. Bloederige oorlogen.
We weten ervan en ondertussen verschonen we luiers. Brengen boeken terug die alweer te laat zijn. We gaan naar ons werk. We zoeken werk. We overhoren onze pubers. We doen boodschappen. We hebben lief, verlieven en verliezen. We huilen onder de douche. En behalve als je Patricia Paay heet, heeft het allemaal weinig nieuwswaarde.

Maar toch.

Ik denk dat er hier mensen komen lezen met gevoel dat al die kleine dingen toch iets moeten betekenen. Niet dat iedereen er zeker van is, maar de meesten hopen –net als ik- dat het waar is. Dat die bezoekjes naar de bibliotheek en de supermarkt en badjes met Vicks-Vapo-Rub er allemaal wel toe doen, ergens. Dat ze van groter belang zijn. In het geheel. Uiteindelijk.

Sommigen schrijven, verontschuldigend, over zelfgeschreven blogs: ik heb ook een blog geschreven over mijn kinderen, gevoel, relatie, etc., maar ik kan niet zo goed schrijven.

Ik lees ze. Stiekem glip ik in-en-uit levens, blij met de ‘welkom-mat’ voor de deur. Ik zie de liefde en toewijding voor families. Ik voel de frustraties. Ik herken de Grote Vraag: Is Dit Alles?

Ik lees de woorden. De woorden, die soms kleiner ingeleid worden dan dat ze zijn. Of verdienen. Dat snap ik niet. Iedereen zou trots moeten zijn op wat hij schrijft. We zijn geen voorpagina nieuws. Maar we zijn wel ons eigen voorpagina nieuws. Het feit dat je per maand een paar minuten de tijd neemt om iets te zeggen –wat dan ook- over je leven en de mensen met wie je jouw leven deelt, dat zegt iets. Dat zegt dat het er allemaal toe doet.

Een schrijver is iemand die durft te schrijven.

We kijken wel naar het grotere geheel. We collecteren, bellen, stemmen, staken, protesteren en discussiëren. We zijn niet immuun voor honger, rampen, oorlog en een inconvenient truth.

We doen wat we kunnen.

Maar we kennen onze grenzen. Of tenminste, we accepteren onze grenzen.

En dus leiden we het leven dat we leven. We schrijven over treinreizen, babykrampjes, verbouwingen, we schrijven over onze eigen pijn en hoop. We zijn blij met wat we hebben, zelfs als we gekwetst zijn. Of eenzaam. Ergens is er een bizarre connectie tussen onze dagelijkse pijn en de collectieve pijn van de wereld. De pijn van wie er niet over schrijft, van wie er niet over kan schrijven.

Dat ligt in allemaal besloten in de woorden. In blogs, in dagboeken, in notities op de achterkant van een boodschappenlijstje. We schrijven om getuigen te zijn van ons eigen leven.

We schrijven om het leven draaglijk te houden. En we lezen om getuigen te zijn van het leven van anderen, van al die anderen die we nog nooit hebben ontmoet. Of zullen ontmoeten. Hoe meer we schrijven, hoe minder we toestaan ons eigen leven op de allerlaatste pagina terug te vinden. Als opvulling. Niemand is alleen maar opvulling.

Zes woorden:

Laat iedereen vooral schrijven zonder verontschuldigingen.

Delen
  • email
  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • Google Bookmarks
  • Print

2 Comment

  1. Verba volent – scripta manent
    Woorden vervliegen, maar het geschrevene blijft.
    Dat zegt iets. Blijvends.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.