Pleidooi voor de liefde
Tibbe is verliefd op Julia, een meisje uit zijn klas. En op Emily. En ook op Chantal. Maar vooral op Julia. Oh, en op Emma. Maar die woont helemaal in Enschede.
Hij is pas vier en ik vind ‘m nogal een sloerie, maar ik bewonder zijn enthousiasme. En zijn versiertechnieken. Je zou eens moeten zien hoe hij de klas inloopt, op een stoeltje gaat zitten en even glimlacht naar de meisjes die hem enthousiast begroeten: “Hiiiiiiii, Tibbe…” Tibbe reageert calm, cool and collected. De meisjes blozen en giechelen.
Gisteren, in de auto, legde mijn homemade instant Don Juan zijn handje op zijn borst en zei: “Mamma, Emma zit in mijn hart.”
Laat ik hier even eerlijk zijn: ik portretteer mezelf graag als die chaotische semi-single moeder die anders is dan anders en die ook niet precies weet hoe ze leven moet. Maar dat ben ik allemaal niet. Ik ben gewoon een vrouw. Ik werk, ik moeder, ik heb lief, ik ga van A naar B. En ik ben meestal op tijd weer terug. Ik rijd in een blauwe Opel Corsa en luister dan meestal naar Sky Radio. Ik koop mijn kleren bij de Hennes, maar het liefste bij Karen Millen. Ik doe mijn boodschappen bij de Lidl, maar liever bij de Albert Heijn. Ik heb een rekening bij de Rabobank, ik heb verzekeringen afgesloten die je ergste angsten wegnemen. Ik heb een hypotheek, krijg energie van de Nuon en ik douche elke dag dankzij de Hydron. Ik ben een vrouw met dezelfde vaste lasten als iedereen. Ik heb gehuild bij ‘Komt een vrouw bij de dokter’, mijn ouders zijn gescheiden. Ik ben geboren in Hoogezand-Sappemeer. Ik heb nog een oma. Ik heb kussentjes en theelepeltjes van de HEMA. Ik ben gewoon een vrouw.
Maar toch, als ik thuiskom, dan word ik wat meer. Ik word zachter. Ik heb drie kinderen die blij zijn als ik de sleutel in het slot steek: “mamma is er!”. En dan komt Tibbe naar me toe rennen. Hij klampt zich vast aan mijn benen, wil in me klimmen, kust mijn knieën. Joris lacht naar me vanachter z’n Wii en Anne vraagt ‘hoe het was’. En ik heb een lief. Een lief die me ongemerkt minutenlang zit te bekijken als ik achter mijn Mac zit, omdat hij me dan zo mooi ernstig vindt. Die elke avond even belt. Die het raar vindt dat je moet vechten voor de vrede. Die denkt zoals ik. Dat is het leven. Dit is mijn leven. En ik mag dit leven hebben.
We leven in een rare tijd. We verspillen water, de aarde, tijd. We voeren stomme oorlogen. We lopen rond met de gedachte dat er elk moment iets ergs kan gaan gebeuren, we zijn voortdurend alert op de vreselijke tragedies die ons nu weer zullen overkomen. We zijn bang. En deze angst is nog besmettelijker dan de griep. Maar toch, door elke keer weer door diezelfde deur naar binnen te gaan, door de zachte welterustens van ruim honderd kilometer verderop, wordt de wereld iets mooier. Zachter. Liever. Lief is goed. Ook als je een man bent trouwens, net als schattig.
Misschien wordt het tijd dat we allemaal wat zachter worden. Al is het maar voor even. Om ons te helpen herinneren dat onder alle ellende, pijn, boosheid, irritatie en frustratie een glimmende laag ligt van liefde. Soms moeten we even graven, maar het is er.
Het is er.
Ja. Het is er. Amen.
Jij bent in mijn hart.
Wat een mooie, zachte Maux.
O ja:
ENSCHEDE IS HELEMAAL NIET VER!
Niet voor de liefde en zeker niet voor wie geliefd wordt vanuit een hart.
Ralph heeft gelijk, jij kunt pas echt schrijven. Net als hij dat pas echt kan. Boek?
Je bent eindelijk ‘thuis’ gekomen…