Hardlopen

Ik heb nogal de neiging om door te slaan. Het is bij mij alles of niets. Het begon vroeger al, met blokfluitles. Eigenlijk wilde ik op pianoles, maar ik moest eerst noten leren lezen op de fluit. Ik was het er niet mee eens. Ik wilde niet in het klasje van de rijstwafels verslindende juffrouw Joke het Avé Maria fluiten. Ik wilde achter de piano kruipen en Für Elise spelen, in het Concertgebouw. Na een paar maanden blokfluitles en toen ik eindelijk het Avé Maria uit mijn hoofd kon fluiten, kregen we ons rapport. Mijn virtuoze wannabe kwaliteiten werden genadeloos afgekraakt. Het was me ineens ook heel duidelijk waarom juffrouw Joke nou juist als ik begon te blokfluiten luidruchtig aan haar rijstewafels begon te knagen. Ze vond me geen talent en met die piano is het ook niks meer geworden. De geur van rijstwafels kan ik nog steeds niet verdragen.
Toen moest en zou ik op jazzballet. Ik wilde net zo dansen als Coco van Fame op de School of Performing Arts in New York. Ik was negen en ik mocht niet naar New York. Ik mocht wel naar het buurthuis om de hoek in Weesp. Na de vijftiende les voelde ik me nog motorischer gestoord dan tijdens de eerste en toen ik op de officiële balletuitvoering met mijn balletschoen bleef haken achter een spijker besloot ik ter plekke dat dansen ook niet helemaal mijn ding was. Daarnaast voelde ik me behoorlijk fout getypecast als berkenboom.
In chronologische volgorde zat ik daarna heel wat blauwe maandagen op volleybal, trampolinespringen, turnen en tennis. Alleen hockey hield ik vier jaar vol bij de dames I, maar dat kwam vooral door de feestelijke incentives eromheen. En het kekke hockeyrokje.
Tot op zekere hoogte ging ik er altijd helemaal voor. Maar tot op zekere hoogte ergens helemaal voor gaan is hetzelfde als keihard roepen dat je niks te verliezen hebt en dat niemand je dat afpakt. Ik ga niks meer roepen over uiteindelijke doelen. Het is de weg er naartoe die telt. En als je loopt, dan moet je gewoon je mond houden. En dus loop ik. Ik loop heel hard. Om de dag. Er zijn zelfs stukken dat ik echt heel hard ren. Soms huil ik om alles tijdens het rennen, soms lach ik om niks, soms fietst Tibbe met me mee op zijn nieuwe fietsje, soms word ik nagefloten, soms struikel ik dan meteen, soms is de batterij van mijn ipod leeg en heel vaak vergeet ik de huissleutel. Maar ik loop altijd van de ene plek naar de andere door mijn ene voet voor de andere te zetten. Meer is het niet; vooruit komen zonder oordeel, zonder label.

Laatst hoorde ik dat meditatie heel gelukkig maakt. Daar ga ik nu eens heel lang over nadenken.

Commercial break
  • email
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • LinkedIn
  • eKudos
  • NuJIJ
  • MSN Reporter
  • Google Bookmarks
  • Print

4 Responses to “Hardlopen”

  1. Milouska Says:

    En vlak het effect van al die liters (kilo’s? welke eenheid zou de juiste zijn) endorfine niet uit. Alleen al om die gratis geluksstimulans zou ik met je mee willen rennen, waar dan ook naar toe. Maar ik ren niet. Ik kolf.


  2. Silvia Says:

    Mediteren onder het hardlopen, da’s nog ‘s efficient bezig zijn.


  3. Do Says:

    Heel hard nadenken over mediteren. Da’s net zoiets als met de auto naar de sportschool om daar te gaan fietsen.


  4. Buur Says:

    Ja, dat hardlopen toch…. sport loutert de mens, en voor vieze oude buurmannetjes is het een feest dat de meeste trainingskledij van heden nu niet direct is gemaakt om de anatomie te verbergen.

    Maar wat mij toch het meest voor ogen staat bij dit mooie stukje proza is de verwilderde, verschrikte blik die ik kreeg toegeworpen nadat ik je aan het einde van je rondje tegenkwam.



Leave a Reply